Terug naar overzicht
24 aug. 2026 - Doelconstructies, de basis van elke CI les
lenspulse_chocolate_8793060

Heb je wel eens geprobeerd een hele reep chocolade in een keer in je mond te stoppen? Dat lukt (waarschijnlijkšŸ˜‰) niet. Je eet een reep chocolade in stukjes. Zo ga je ook taal aanbieden aan je leerlingen: in behapbare stukjes.

Die stukjes taal bestaan niet uit grammaticaonderdelen: een stukje tegenwoordige tijd, dan een stukje meewerkend voorwerp, dan een stukje bezittelijk voornaamwoord, etc. Nee, met stukjes taal, ook wel 'chunks' of 'doelconstructies' genoemd, bedoelen we stukjes van een zin waarmee we kunnen communiceren. Een voorbeeld van een doelconstructie is: 'kan niet slapen', of 'heeft honger' of 'moest boodschappen doen'.

In het taalonderwijs is het belangrijk dat leerlingen niet ondergedompeld worden in veel verschillende taal: het brein heeft behoefte aan herhaling, veel herhaling. Dan helpt het als je als docent van tevoren bepaalt dat je in de komende  lessen extra aandacht aan 3 doelconstructies, bijvoorbeeld 'wil hebben', 'vraagt aan' en 'geeft hem/haar'. Natuurlijk zul je tijdens de lessen ook andere woordenschat gaan gebruiken. Maar door de focus te houden op die doelconstructies zul je minder snel 'out of bounds' gaan; je wilt niet dat leerlingen zoveel verschillende taal in een keer te horen krijgen (zoals synoniemen) waardoor de eigenlijke leerdoelen (die doelconstructies) ondergesneeuwd raken. 

Dus onderdompeling in veel taal, ja, daar streven we naar. Maar het liefst dus zoveel mogelijk diezelfde taal, de doelconstructies. Synoniemen en antoniemen komen liever op een later moment aan de orde, wanneer die ene doelconstructie goed verworven is bij jouw leerlingen. Pas dan heeft hun brein ruimte voor nieuwe vocabulaire. Net zoals jouw mond pas ruimte heeft voor een nieuw stukje chocolade wanneer je mond leeg is ...

Terug naar overzicht