De koptelefoons hingen aan rekken aan het plafond van het lokaal. De docent Frans liet ze naar beneden zakken en met ingehouden adem van spanning pakten we een koptelefoon: we kregen een Franse luistertoets.
Niemand voelde zich op zijn gemak, iedereen wist: ik kan dit niet. Het gaat te snel, ik ken veel woorden niet, ik begrijp de vragen die ik moet beantwoorden niet.
Herken je dit gevoel van jouw taallessen? En jij als leerling kunt er niks aan doen; zo'n luisteroefening is gewoonweg ongeschikt voor het leren van een andere taal.
Op dit soort momenten is er in het brein van elke leerling sprake van een cognitive overload; het werkgeheugen wordt te zwaar belast.
Welke belasting komt hier bij kijken? Als eerste dat er teveel onbekende of nog niet verworven woorden voorkomen in de luistertoets. Het werkgeheugen probeert van elk binnenkomend geluid de betekenis te achterhalen. Daarvoor doet het een beroep op het langetermijngeheugen. Dat kost tijd, zeker als er gezocht moet worden naar informatie die niet in het langetermijngeheugen zit. Ondertussen draait de luisteroefening door en zijn er weer veel andere woorden binnengekomen die verwerkt moeten worden. Het werkgeheugen kan ongeveer 5 tot 7 items 'vasthouden' en dan is het vol. Bekijk maar eens hoeveel items er in die luisteroefening zit en met welke snelheid die afgevuurd worden op dat werkgeheugen. Dan zul je hopelijk begrijpen dat het werkgeheugen dat niet aan kan.
Uit onderzoek blijkt dat minimaal 95% van de woorden in een tekst begrijpelijk (bekend, herkenbaar) moet zijn voor de lezer om de tekst goed te kunnen lezen en begrijpen. Bij een luisteroefening zal dit % wellicht hoger moeten zijn, omdat je niet de kans krijgt terug te gaan in de input, zoals je een tekst nog wel even terug kunt lezen.
Input waar je naar luistert is voorbijgaand; het werkgeheugen houdt het een seconde of 2 vast en dan is het weg, er komen immers nog veel meer geluiden aan. Tijdens zo'n luisteroefening wordt dus veel input van het ene op het andere moment vergeten. Ik weet nog wel dat ik, ondanks mijn enorme concentratie, na de oefening niet eens kon vertellen waar het over ging. Dat komt doordat weinig van die gegeven input echt onthouden wordt. Dus ook al hebben leerlingen vragen goed beantwoord, er zal weinig geleerd zijn; er is te weinig van de input goed verwerkt waardoor er te weinig van de taal doorgedrongen is tot het langetermijngeheugen. Het gaat echt het ene oor in en het andere oor weer uit.
Wat te doen als docent? Je kunt de luisteroefening verschillende malen afspelen, maar elke keer een andere oefening erbij doen. De eerste keer gaat het bijvoorbeeld om de algemene betekenis van de input; waar gaat dit over? Een andere keer luisteren de leerlingen met de focus op specifieke details; de spreker benoemt 3 voordelen van dit product, welke voordelen zijn dit? Een andere keer luisteren de leerlingen met de focus op een specifiek woord of constructie; de spreker zegt X, wat bedoelt de spreker hier precies mee? En laat de leerlingen ook luisteren terwijl ze de transcriptie lezen en daar vervolgens vragen over beantwoorden.
Dit spreidt je uit over meerdere lessen en je geeft een beoordeling (formatief of summatief) over het geheel van de oefeningen. (met dank aan Gianfranco Conti en Steve Smith, 2019)