Afgelopen maandag mocht ik als gastspreker aan een groep taaldocenten meer vertellen over taalonderwijs met Comprehensible Input.
Wat houdt Comprehensible Input (CI) in het kort in: de leerling verwerft een andere taal dankzij veel input (luisteren en lezen) van deze taal én die input moet begrijpelijk zijn.
Maar waar moet je nu aan denken bij dat woord 'input'?
Ik zie 'input' als de boodschap die gepresenteerd wordt aan de leerling. Een docent die in de doeltaal zegt: "Vandaag is het een sombere dag, het regent", dat is input.
Een lijstje met de verschillende weersoorten is geen input.
Een tekst waarin staat dat Juan honger heeft en veel wil eten, omdat hij veel honger heeft en waarin Juan vervolgens tegen zijn beste vriend Paco zegt: "Ik heb heel veel honger, ik wil veel eten", dat is input.
Een grammaticablok waarin uitgelegd wordt dat willen + infinitief als constructie gebruikt wordt, is geen input.
In onze cursussen adviseren we om de input van nieuwe vocabulaire te beperken tot ongeveer 3 doelconstructies (chunks) per lessenserie.
Waarom zo weinig?
Simpel, het menselijk brein kan niet veel nieuwe dingen tegelijk verwerken. Als je veel nieuwe woorden gebruikt in een les, dan komen jouw leerlingen die woorden wel tegen, maar ze leren ze niet. Het leren (of eigenlijk verwerven) van woorden kost veel meer tijd; de leerling moet het woord kunnen herkennen aan de klank en in geschreven vorm, de leerling moet de betekenis ervan kennen, de leerling moet ervaren hoe dit woord eventueel verandert (meervoud, verleden tijd, etc) én de leerling moet in staat zijn dit woord te kunnen gebruiken in taalproductie. Dan is het geleerd.
Dat lukt dus niet als je elke les 20 of meer nieuwe woorden aanbiedt. Ons brein kan dat simpelweg niet aan.
Hoeveel kan ons brein dan wel aan? dr. Gianfranco Conti heeft hier een interessant blog over geschreven.
Bij jonge kinderen kun je 3-5 nieuwe items (woorden of liever nog chunks) per les aanbieden. Bij tieners zou dit kunnen oplopen tot 6-8 per les.
Zoals je zult begrijpen zijn dit soort cijfers moeilijk vast te stellen en de onderzoeken komen niet allemaal op exact dezelfde cijfers uit. Maar dat er snel sprake is van een cognitieve overload, blijkt wel uit verschillende onderzoeken.
Belangrijk is altijd dat die nieuwe items vaak terug blijven komen in de lessen erna, anders krijgen onvoldoende kans om in het langetermijngeheugen opgenomen te worden.